Oh, dat is niet goed
mei 12, 2012 in Cycling
Vandaag één van mijn favoriete clubritten stond op de agenda: de Can-Yan Toer van Canandaigua naar Penn Yan, 80 km heuvelachtige vreugde. Zelfs de starttijd is prettig: 10 uur in plaats van 9 uur.
Desondanks kom ik wat langzaam op gang en ik rij het parkeerterrein op een kwartiertje voor de start. Ed, de leider voor deze rit, staat al naast de auto. We kletsen een beetje over de voordelen van het weer werken bij een groot bedrijf. We merken op dat het nogal winderig is. De westenwind zal het makkelijk maken om in Penn Yan te geraken, het terugkomen een geheel andere zaak. Ik til de fiets uit de auto, zet het voorwiel in de vork, doe de Garmin op het stuur, hang de helm aan een van de remgrepen – allemaal onderdeel van het vaste ritueel. Vervolgens het oppompen van de banden. Ik draai het achterwiel rond om het ventiel te vinden en “oh, dat is niet goed”. Ik zie een kale plek op de band. Ik controleer de rest van de band en zie nog twee zulke plekken. De voorband is een beetje beter maar niet veel. Even denk ik om het gewoon te wagen maar dan keert het gezond verstand terug. Het is een rit van 80 km door grotendeels karig bewoond gebied; als de band het begeeft dan kan dat niet onderweg gerepareerd worden. “@%$%$##!!”, fluister ik. Ik dacht gister nog om nieuwe banden te kopen maar dacht toen ook “ach, dat doe ik volgende week wel”. Juist.
Nu ja, het is zoals het is. Ik slenter naar Eddie, hij moet weten of er hier een fietsenwinkel is. Er is er een! RV&E Bikes is zelfs nog dichtbij ook. Ik doe alles weer terug de auto in en rij naar de winkel om hun voorraad te testen. Niet slecht; ze hebben zelf de banden die ik toch gekocht zou hebben: Specialized All Conditions. Die heb ik ook Maximilian, de rode Trek, en ze bevallen goed. Terug naar de parkeerplaats om de banden te vervangen. De groep is natuurlijk allang onderweg. Ed stelde voor dat ik de route omgekeerd rij en dan weer terug met de groep maar dat vond ik niets. Ik wil de route rijden zoals ie bedoeld is.
Een half uur na de start en ik ben onderweg. Ondanks de wind is het heerlijk weer, de eerste warme rit van het seizoen. Ik vind het niet zo erg dat ik de groep gemist heb. Ik vond alleen rijden vaak prettig – kan ik zelf het tempo bepalen, lekker rondkijken, liedjes zingen in m’n hoofd. Dezelfde vier liedjes (Haus am See, Watching the wheels, Shelter from the storm, We take care of our own) spelen al een paar weken van binnen en ik mix ze in een medley. Met de voornamelijk rugwind zal het stuk naar Penn Yan vrij makkelijk en snel gaan. Ik besluit om de gebruikelijk ruststop in Penn Yan over te slaan om zo wat tijd op de groep goed te maken.
Ik kom een paar Amish landwerkers tegen, ook op de fiets, en we groeten elkaar beleefd met een hoofdknik. Nog geen buggies. Als vlug ben ik in Penn Yan. Ik heb een vlug maar makkelijk tempo gehouden, heb genoeg water in de bidons en genoeg energierepen en dus fiets ik door. Na Penn Yan is een het een recht stuk langs het Keuka-meer voor een paar kilometer en dan rechts Wager Hill Road op. Dat ding is steil en stijgt dan nog een tijd door. Ik heb die klim een keer of drie gedaan. De eerste keer was het harken, de andere keren ging het relatief makkelijk. Een paar honderd meter voor me rijdt een andere fietser in een grijs shirt. Hij is nog te veer weg om aan de rijstijl te zien wie het is. Gelijk na de bocht gaat het meteen steil omhoog. Klik, klik, klik, klik, klik, doen de derailleurs. De eerste klik is van de voorderailleur, de andere van de achterderailleur en binnen 50 meter zit ik in het laagste verzet. Ik zie die andere fietser een beetje zigzaggen over de weg maar hij gaat nog gestaag omhoog. Ik word heel snel moe. Er is een plek op de klim waar het even minder steil wordt voor het weer zo’n 19% omhoog gaat. Daar ga ik op de pedalen staan maar ik kan geen ritme vinden en moet weer gaan zitten. Niet goed. Ik sleep me nog een eindje voort maar heb weinig energie. Rechts is een oprijlaan naar een wooncaravan. Ik ruk aan het stuur en stop daar. (ahh, het voordeel van het alleen rijden, niemand die weet dat je op een klim gestopt bent)
Na een minuut van het onder controle krijgen van de adem loop ik het laatste steile deel, klim weer op de fiets en kruip de rest van de helling op. Mijn benen doen pijn gedurende de volgende 10 km. Tijdens de afdaling van Sherman Hollow Road begin ik me weer beter te voelen. Vandaar gaat het rechtsaf, linksaf en dan kom ik bij de geleidelijke klim Route 264 op. Voor me rijdt een fietser in een fel geel shirt. Ik haal ‘m langzaam in en ik zie dat het Uncle Jules is. Jules vraagt me: “Ik kan me goed zien?”. Ja, dat shirt en de zeer groene schoenen, ja, dat valt wel op. Net voor de rechterbocht naar Middle Road – ik rij hier altijd verkeerd, en dus een vlugge u-turn – kom ik bij Bob Lechner. Hij zegt dat ie op Jules gaat wachten. Het begin van Middle Road heeft een steil stuk dat je nauwelijks merkt als het lekker gaat maar nu bemerk ik die hobbel wel. Van hier is het grotendeels noordwaarts tot de linkse bocht naar Route 18. Hoewel dit een geheel open landschap is (geen bomen en struiken), heb van de wind weinig last. Als je bij die kruising met Route 18 komt is de rit eigenlijk voorbij: nog een lekkere afdaling met mooie wijde bochten naar het meer en dan een stuk door gebouwd gebied en dan ben je er.
Ik ben benieuwd hoe ver ik achter de groep lig. Ik ging niet zo snel, mijn gemiddelde waarschijnlijk iets lager dan hun (hen?), maar ik heb de rustplek overgeslagen dus misschien heb ik zo’n 10 minuten goed gemaakt? Ik ben benieuwd wie er nog op de parkeerplaats is. Ik swing links dan rechts om Starbucks heen (nog een reden waarom ik van deze rit hou) en kijk op naar waar we allemaal geparkeerd hebben. Hmm, niet veel auto’s daar, ik zi nog net Gary wegrijden in z’n Prius. Bah, geen apres fiets geklets. Oh wel, had evengoed plezier en er is een aantal fietsers nog achter me.
Ik leg de fiets terug in de auto, sip blij m’n Naked proteine drink, doe de fietsschoenen uit (ahhh!). Ik kijk op en Cindy is als bij magie verschenen. Na haar rit is ze naar Wegmans gereden om een paar biertjes te kopen. Ik nomineer haar voor Beste Fietsvriendin Ooit! Jules is ook terug net als Bob. We leunen tegen de auto, sippen onze biertjes, kleppen lekker en vragen ons af waarom de club een 155km lange rit met 10:30 starttijd organiseert op moedersdag, morgen.


De eerste rit was gisteren, de traditionele hop langs Whalen, Scribner en dan terug de klim op Blossom Road. Maar 14 mijl maar soms is dat een enorme afstand na een lange winter. Deze keer wachten we natuurlijk nog steeds op winter. Vandaag was de Penfield-Walworth rit, aangekondigd als 28 mijl maar in werkelijkheid 34 mijl, de extra 6 mijl worden u gratis door de club aangeboden.
Today Dave suggested to do an alternate treatment of the scheduled club ride. Instead of starting at 8am, we start at 9. And instead of starting in Leroy, we leave from his house in Chili. A savings of 1 1/2 hours of sleep. You don’t come across such deals too often.
The cycling season has started. Actually it started a few weeks ago because the
The new version of my bike ride scheduling iPhone app, Club Rides, is up in the
Fast Friend Dave proposed a reru of the Tour de Cure route for today with a decision point at Lakeville whether or not to do the loop around the lake. Sara suggested she and Billy would pick up the group near Rush. I liked that idea shorting the ride to something less than a century so I also opted to start the ride from that meeting point. Sara and Bill kindly offered their driveway for parking so we could ride there together. I wasn’t too sure about the distance – my last ride was a month ago – and so I had to watch the pace and going around Conesus Lake was certainly a no-no. That would still make it a 60-65 mile ride.
(you should read this at the speed it was typed: slowly)
During the course of the evening, our stop was officially open till midnight, a couple of riders were dropped off by Karen who had to abandon the race. When the last cyclist came through in Geneseo a little logistical juggling took place. We had to pack up all the stuff (folding tables, remaining supplies etc) in Bonnie’s car and mine, then see how to get three cyclists plus bikes to Canadaigua and eventually to Auburn. Karen took two in the pick up truck meaning one had to ride in the open back. I took the third, Makoto-san from Michigan. He and I chatted for a little bit but he quickly fell asleep and I listened to my Grateful Dead playlist while driving.